Algemeen
Het Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens (hierna: Landelijk afsprakenstelsel) bevat de generieke juridische, organisatorische, semantische en technische afspraken die nodig zijn om gezondheidsgegevens landelijk en interoperabel uit te wisselen. Door deze afspraken in één samenhangend stelsel te beheren en toe te passen, voorkomt het afsprakenstelsel versnippering en maakt het landelijke gegevensuitwisseling schaalbaar en voorspelbaar.
De eerstvolgende releases richten zich op de resultaten uit de programma’s Landelijk dekkend netwerk, inclusief generieke functies, Data voor burgers en Eenheid van taal en techniek. Concreet zijn dit:
- Technische afspraken (TA’s) communicatiepatronen: gericht beschikbaar stellen (notified pull), gericht bevragen (pull), gericht verzenden (push), geïndexeerd bevragen (indexed pull).
- Generieke functies: I&A, autorisatie, toestemming, adressering/lokalisering, logging.
- Veilig netwerk
Het afsprakenstelsel is generiek ingericht. Daarmee kunnen domeinen die in volgende plateaus van de Nationale visie en strategie (NVS) aansluiten, profiteren van een werkende en gevalideerde basis.
Het Twiin Afsprakenstelsel is hiervoor het meest geschikt vanwege:
- Onafhankelijkheid van leveranciers en infrastructuur: Het afsprakenstelsel is niet gebonden aan een infrastructuur en is onafhankelijk van leveranciers.
- Methodische opzet: het afsprakenstelsel kent een duidelijke governance voor aangesloten organisaties.
- Breedte van toepassingen: Een brede uitwerking van soorten gegevensuitwisselingen is beschreven.
- Wet- en regelgeving: De omvang van de juridische context is afgedekt.
- Aansluiting op informatiebeleid: De inhoud van het afsprakenstelsel is in lijn met geldend informatiebeleid.
- Draagvlak in het zorgveld: Twiin is stevig verankerd in de praktijk. Deze waarde is van belang bij de inhoudelijke doorontwikkeling van Twiin als Landelijk afsprakenstelsel en de impact op de andere afsprakenstelsels.
Samenvattend: met het Twiin Afsprakenstelsel is ruime kennis en ervaring opgebouwd met het ontwikkelen en beheren van een landelijk werkend afsprakenstelsel.
De ontwikkeling van het Landelijk afsprakenstelsel gaat via drie plateau’s. In 2026 en 2027 ligt de focus op afspraken die de geprioriteerde gegevensuitwisselingen onder de Wegiz en EHDS faciliteren. In de volgende twee NVS-plateau’s (start in 2027) breidt het Landelijk afsprakenstelsel uit met netwerkzorg, secundair datagebruik, sociaal domein en jeugdzorg. Zij sluiten aan op een werkende, gevalideerde en beheersbare basis. Deze domeinen zijn in het eerste plateau betrokken, opdat de groei tijdig en in aansluiting op de werkende basis kan plaatsvinden.
In het Landelijk afsprakenstelsel worden alle generieke afspraken – juridisch, organisatorisch, semantisch en technisch – in één samenhangend geheel opgenomen, beheerd en toegepast. Dat voorkomt versnippering en maakt landelijke interoperabiliteit schaalbaar en voorspelbaar.
Voorbeelden hiervan zijn:
Jurische afspraken Vigerende wet- en regelgeving, NEN-normen. Organisatorische afspraken Afspraken over besluitvorming, naleving, beheer & onderhoud. Semantische afspraken Informatiemodellen zoals zorginformatiebouwstenen (zib’s) of gebruikte codestelsels, bijvoorbeeld SNOMED, LOINC.
Technische afspraken Technische afspraken, bijvoorbeeld over communicatiepatronen of generieke functies zoals adressering, logging, etc.
Het Landelijke afsprakenstelsel beheert niet alle afspraken zelf. Het Landelijk afsprakenstelsel dekt de lagen van het interoperabiliteitsmodel af door enerzijds zelf generieke afspraken op te nemen en anderzijds door te verwijzen naar elders beheerde afspraken. Een voorbeeld hiervan zijn de informatie- en kwaliteitsstandaarden van zorgtoepassingen zoals ‘verwijzen met de Basisgegevensset Zorg (BgZ)’ of ‘verpleegkundige overdracht tussen ziekenhuizen en VVT-organisatie (eOverdracht)’.
Binnen de programma's Landelijk Dekkend Netwerk inclusief Generieke Functies (LDN), Data voor burgers, Eenheid van taal en techniek en Twiin, wordt met betrokkenheid van het zorgveld gewerkt aan generieke oplossingen die werken voor meerdere zorgtoepassingen. Door middel van Proof of Concepts (PoC’s) en – met betrokkenheid van eindgebruikers – pilots wordt getest of de oplossingen werken in de praktijk en technisch aansluiten bij andere functionaliteiten.
Het programma Twiin is vanwege haar rol in het Landelijk afsprakenstelsel betrokken bij de ontwikkeling en toetst regelmatig of de uitwerking past en consistent is met andere onderdelen in het afsprakenstelsel (zie ook vraag: Komt het Landelijk afsprakenstelsel onder publieke regie?)
Vanuit GISA (Gezondheidsinformatiestelsel-architectuur) en Landelijk afsprakenstelsel wordt getoetst op samenhang, consistentie en compliance met wet- en regelgeving. Zij sturen bij waar nodig.
VWS werkt met trancheplanningen waarin de VWS- programma's Landelijk dekkend netwerk inclusief generieke functies (LDN), Data voor burgers, Eenheid van taal en techniek integraal samenwerken om tot werkende landelijke gegevensuitwisselingen te komen. Zo wordt voor de usecase Verwijzen het communicatiepatroon Notified Pull (verantwoordelijkheid programma LDN) in samenhang met de generieke functies identificatie & authenticatie en adressering (verantwoordelijkheid programma LDN) beproefd.
Onder verantwoordelijkheid van de VWS-programma’s worden Proof of Concepts (PoCs) met leveranciers uitgevoerd. Na succesvolle afronding van deze fase volgt de pilot-fase. De pilot-fase valt idealiter onder verantwoordelijkheid van (landelijke) programma’s zoals programma eOverdracht of Samen voor Medicatieoverdracht. Als een dergelijk programma niet aanwezig is, wordt naar een andere oplossing gezocht.
In plaats van eigen afspraken over bijvoorbeeld toegang, beveiliging, privacy en registratie, gebruiken alle andere afsprakenstelsels de generieke, landelijke afspraken. Andere afsprakenstelsels verwijzen naar generieke afspraken in het Landelijk afsprakenstelsel. Het Landelijk afsprakenstelsel kan - daar waar nodig - ook verwijzen naar andere afspraken (zoals NEN-normen of informatiestandaarden).
Door een werkgroep is een eerste set regels voor verwijzen naar het Landelijk afsprakenstelsel opgesteld. Met behulp van de afspraak Veilig Netwerk (opgenomen in release 1.5 van Twiin als opmaat naar een landelijke afspraak) oefenen de afsprakenstelsels in het verwijzen hiernaar. Op deze manier maken we de regels concreet en toepasbaar, in afwachting van de volgende concrete resultaten uit programma LDN.
Het Landelijk afsprakenstelsel is één van de fundamenten waardoor Nederland snel en consistent kan voldoen aan EHDS-verplichtingen. De EHDS werkt met implementation guides. De VWS-programma’s leveren hier feedback op. Zodra de implementation guides definitief zijn, wordt het Landelijk afsprakenstelsel daar op aangepast.
Daarnaast onderzoekt VWS of onderdelen van het afsprakenstelsel in tranche 2 van EHDS verplicht moeten worden gesteld (zie vraag: Hoe verhouden GISA en het Landelijk afsprakenstelsel zich tot elkaar?)
Nee, dat is niet de beleidslijn van het ministerie van VWS. Nieuwe afsprakenstelsels dragen bij aan versnippering en staan haaks op de harmonisatiedoelen. Als er behoefte bestaat aan een afsprakenstelsel of als er vragen zijn over aansluiting op het Landelijk afsprakenstelsel, neem dan contact op met VWS.
Voor de korte en middellange termijn blijven zij voorlopig bestaan, maar enkel voor domeinspecifieke afspraken. Voor de generieke onderdelen verwijzen zij naar het Landelijk afsprakenstelsel. De transitie en harmonisatieaanpak van de komende jaren bepalen of, hoe en wanneer één Landelijk afsprakenstelsel voor het Gezondheidsinformatiestelsel (GIS) wordt gerealiseerd.
Indien bestaande afsprakenstelsels willen uitbreiden, dan is het verstandig dat zij dat toetsen bij VWS en het Landelijk afsprakenstelsel. Uitbreiding moet niet haaks staan op de harmonisatiedoelen en mag niet leiden tot meer versnippering.
Voor de huidige aangesloten organisaties verandert de positie van het Twiin Afsprakenstelsel geleidelijk door de transitie naar het Landelijk afsprakenstelsel. Dit heeft drie gevolgen:
- Aangesloten organisaties worden onderdeel van een bredere landelijke governance: VWS neemt sinds 2025 actief deel aan de stuurgroep Twiin. In 2026 worden volgende stappen richting publieke sturing gezet. Daarmee worden aangesloten organisaties onderdeel van een stelsel dat steeds meer onder publieke regie komt te vallen.
- Inhoudelijke keuzes verschuiven naar landelijke prioritering: het programma wordt gevoed door de aangesloten organisaties en wet- & regelgeving. Hier komt inhoudelijke input bij vanuit de programma’s Landelijk Dekkend Netwerk (LDN, inclusief generieke functies), Data voor burgers en Eenheid van taal & techniek. Het programma Twiin borgt de kwaliteit en consistentie van het Landelijk afsprakenstelsel, zodat de oplossingen ook daadwerkelijk in de praktijk kunnen worden geïmplementeerd en opgeschaald.
Voor organisaties (zorgaanbieders, leveranciers) die zijn aangesloten bij afsprakenstelsels zoals MedMij, AORTA of Nuts verandert het volgende:
- Generieke afspraken worden niet meer binnen het eigen stelsel ontwikkeld. Deze worden voortaan centraal vastgelegd in het Landelijk afsprakenstelsel. Andere stelsels verwijzen naar deze afspraken, waardoor duplicatie en versnippering wordt voorkomen. Dit sluit aan bij de harmonisatiedoelen.
- De generieke afspraken binnen andere afsprakenstelsels verplaatsen geleidelijk naar het Landelijk afsprakenstelsel. Voor de korte termijn blijven stelsels zoals MedMij of Health-RI relevant voor afspraken rond persoonlijke gezondheidsomgevingen of specifieke datastromen.
- Uitbreiding van afsprakenstelsels wordt afgestemd met VWS. Als bestaande stelsels willen uitbreiden, moet dit vooraf worden getoetst op samenhang, consistentie en compliance door het Landelijk afsprakenstelsel en GIS-architectuur, en mag het niet leiden tot meer versnippering.
- Aangesloten organisaties profiteren van een gelijk speelveld. Door landelijke standaardisatie hoeven partijen niet langer verschillende sectorale of toepassing specifieke afspraken te implementeren vanuit verschillende stelsels.
Het ministerie van VWS onderzoekt of het door zorgaanbieders en leveranciers voldoen aan het Landelijk afsprakenstelsel verplicht wordt in tranche 2 van de EHDS. Momenteel wordt uitgezocht hoe deze verplichting eruit moet zien. Naar verwachting is hierover eind 2026 meer duidelijkheid.
Positie van het Landelijk afsprakenstelsel t.o.v. andere VWS-programma’s en organisaties
GISA is het overkoepelende ontwerp voor de inrichting en ontwikkeling van het gezondheidsinformatiestelsel. Als overkoepelende stelselarchitectuur beschrijft GISA hoe de verschillende onderdelen van het informatiestelsel samenhangen en op elkaar aansluiten. GISA zorgt voor consistentie tussen de verschillende deelarchitecturen, afsprakenstelsels, infrastructuren en voorzieningen die samen het gezondheidsinformatiestelsel vormen. Twiin en de GISA versterken elkaar. Twiin kan de GISA voeden met concrete praktijkervaring, bestaande afspraken en inzicht in de uitvoerbaarheid van landelijke gegevensuitwisseling. Daarmee helpt Twiin om de GISA toepasbaar en implementeerbaar te maken. Omgekeerd biedt de GISA aan Twiin een breder architectonisch kader waarbinnen Twiin haar rol, scope en doorontwikkeling kan bepalen. De GISA helpt Twiin om zich te positioneren als onderdeel van een samenhangend gezondheidsinformatiestelsel, in verbinding met generieke functies, andere afsprakenstelsels en publieke sturing. De kern is dat in Twiin concrete landelijke afspraken en specificaties worden vastgelegd en praktijk en uitvoeringskracht inbrengt, terwijl de GISA zorgt voor architectuurkaders, inrichtingskeuzes en afspraken voor samenhang, richting en stelselmatige bestuurlijke verankering. Twiin zal meegroeien met de principes en de gemaakte keuzes van de GISA.
Twiin en CumuluZ vullen elkaar aan. Waar CumuluZ vooral werkt aan een architectuur en voorzieningen voor data-integratie en conformatie levert Twiin het afsprakenstelsel waarmee infrastructuren, knooppunten, voorzieningen en zorgaanbieders betrouwbaar en interoperabel met elkaar worden verbonden. Cumuluz maakt gebruik van de landelijke afspraken zoals vastgelegd in Twiin. Twiin vervult voor CumuluZ de rol van landelijk afsprakenkader voor vertrouwen, interoperabiliteit en aansluiting op andere infrastructuren. Daarmee voorkomt CumuluZ dat het een opzichzelfstaand platform wordt en ontstaat aansluiting op het bredere landelijk dekkend netwerk. Omgekeerd kan CumuluZ voor Twiin een belangrijke praktijk- en ontwikkelomgeving zijn waarin het afsprakenstelsel wordt toegepast op moderne databeschikbaarheid, data-integratie en hergebruik van gezondheidsgegevens. De kracht zit in de combinatie: CumuluZ maakt data beschikbaar, Twiin maakt samenwerking tussen infrastructuren betrouwbaar en schaalbaar.
De digitalisering van de zorg vraagt om een betrouwbaar, samenhangend en toekomstbestendig afsprakenstelsel voor gegevensuitwisseling. Het huidige Twiin Afsprakenstelsel heeft daarvoor een belangrijke basis gelegd, maar is ontstaan in een programmatische context waarin ontwikkeling, beheer, toetsing en uitvoering sterk met elkaar verweven zijn. Nu gegevensuitwisseling steeds meer onderdeel wordt van wettelijke verplichtingen, landelijke beleidsopgaven en Europese kaders zoals de European Health Data Space (EHDS), is versterking van publieke sturing noodzakelijk. Zo is in 2024 ook besloten.
Het transitieplan Landelijk afsprakenstelsel geeft invulling aan het advies Samenhang en vertrouwen (januari 2026). Het werkt de beweging uit van Twiin als programmatisch georganiseerd afsprakenstelsel naar een publiek gestuurd Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens.
VWS vervult de rol van stelselhouder. Nictiz krijgt als beoogd stelselbeheerder een centrale verantwoordelijkheid in het bewaken van de samenhang en monitoring binnen de context van het Gezondheidsinformatiestelsel. Zij heeft daarmee ook een rol richting het Landelijk afsprakenstelsel. Twiin vervult de rol van beheer- en procesorganisatie voor het Landelijk afsprakenstelsel, terwijl VZVZ en andere partijen verantwoordelijk blijven voor operationele taken en dienstverlening. Door deze verantwoordelijkheden scherper te positioneren, wordt rolvermenging verminderd en ontstaat in opmaat naar de vorming van de Gezondheidsdata-autoriteit een duidelijkere basis voor governance, publiek draagvlak, toetsing, autorisatie, financiering en uitvoering van het Landelijke afsprakenstelsel.
Lees hierover meer in de samenvatting van het transitieplan Landelijk afsprakenstelsel.
Leveranciers
Een leverancier bouwt voor verschillende gegevensuitwisselingen voort op één generieke basis. Dit reduceert versnippering in technische oplossingen en bevordert uitwisseling tussen verschillende leveranciers. Naar verwachting leidt dit tot lagere realisatie-, test-, aanschaf-, onderhouds- en beheerkosten voor zorgaanbieders en leveranciers.
Een leverancier die bijvoorbeeld het communicatiepatroon Notified Pull eenmalig implementeert voor de use case Verwijzen kan dezelfde implementatie opnieuw inzetten voor andere use cases zoals gericht opvragen van medicatie, radiologieverslagen of verpleegkundige overdracht. Dit kan omdat dezelfde generieke Technische Afspraken (TA’s) en generieke functies hiervoor kunnen worden gebruikt. Hierdoor vervalt de noodzaak om per use case, afsprakenstelsel of regio aparte koppelingen te ontwikkelen.
Nee, mits de oplossing bijdraagt aan een generieke functionaliteit waarmee landelijk kan worden opgeschaald en de oplossing niet strijdig is met GIS-architectuur of afspraken in het Landelijke afsprakenstelsel. Regionale innovaties dragen bovendien bij aan de ontwikkeling van generieke afspraken wanneer ze vernieuwende werkwijzen opleveren.
Deze initiatieven mogen van het ministerie van VWS blijven bestaan, mits zij generieke afspraken gebruiken, zodat opschaling en hergebruik mogelijk wordt. Tevens kunnen dergelijke initiatieven input leveren voor generieke afspraken als zij vernieuwende werkwijzen ontwikkelen. Het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland – als beoordelaar van de IZA-transformatiegelden – bespreken dergelijke ontwikkelingen tijdens hun reguliere overleggen.
Afspraken moeten in eerste instantie voldoen aan wet- & regelgeving. Een van de grote voordelen van het werken conform het Landelijke afsprakenstelsel is dat een leveranciers of zorgaanbieder daarmee ook voldoet aan wet- en regelgeving.
In een handreiking is uitgewerkt aan welke criteria moet worden voldaan. Vigerende criteria zoals de NEN-criteria voor Nederlandse Technische Afspraken (NTA’s) en stelselcriteria zijn hierin opgenomen.
Verder moeten afspraken passen in de doelarchitectuur van het gezondheidsinformatiestelsel. De GISA en het Landelijk afsprakenstelsel borgen gezamenlijk de samenhang en consistentie van de afspraken en daarmee oplossingen voor het zorgveld. Afspraken worden beproefd voordat zij worden opgenomen in het Landelijk afsprakenstelsel.
Om overzicht te houden over wat de diverse VWS-programma’s opleveren en wat daarvan in het Landelijk afsprakenstelsel moet worden geborgd, is een landelijke werkagenda opgesteld.
Deze agenda beschrijft concreet welke onderwerpen recent zijn gepubliceerd, aanstaande zijn en in welke volgorde. Voor de korte termijn ligt de focus op generieke afspraken uit het VWS-programma Landelijk Dekkend Netwerk (LDN), inclusief de generieke functies, en de teams Data voor Burgers en Data op Orde (Eenheid van Taal en Techniek).
De werkagenda biedt daarmee richting en voorspelbaarheid voor het zorgveld, leveranciers en bestaande afsprakenstelsels. De landelijke werkagenda wordt in samenhang met de andere VWS-programma’s elke drie maanden geactualiseerd. De landelijke werkagenda is hier te vinden.
In het transitieplan naar publieke sturing wordt de rol van autorisator losgekoppeld van het programma en belegd bij een onafhankelijk gremium. Dit gremium neemt besluiten op basis van vastgestelde adviezen en escalatieregels, na advies van:
- De beoogd stelselbeheerder (Nictiz), die toetst aan de stelselcriteria en de aansluiting bij de GIS-architectuur en het nationale releasebeleid;
- de Stelselafstemmingsraad, waarin de andere afsprakenstelsels vertegenwoordigd zijn en die adviseert wat landelijk generiek moet worden;
- de Gemandateerde Eindgebruikersraad, met vaste zetels voor burgers/patiënten, zorgprofessionals, datagebruikers en leveranciers.
Besluiten en de onderbouwing daarvan worden publiek beschikbaar gesteld, zodat navolgbaar is wat er is besloten, waarom, en op welke gronden.
Naar verwachting wordt begin 2027 meer duidelijk over wie de rol van autorisator in gaat vullen. Dit loopt in lijn met de op te leveren resultaten vanuit diverse VWS-programma’s.
Beheer valt uiteen in beheer van afzonderlijke afspraken die zijn opgenomen in het afsprakenstelsel en beheer van het geheel van afspraken en de naleving daarop. Het beheer van afspraken wordt conform NEN7522 ingevuld en hoeft daarmee niet altijd bij het Landelijke afsprakenstelsel c.q. Twiin Afsprakenstelsel te liggen. Zo ligt het beheer van TA’s communicatiepatronen thans bij Twiin en is VWS de houder van de TA’s communicatiepatronen. Het beheer van informatiestandaarden ligt bij Nictiz en Twiin Afsprakenstelsel verwijst daarnaar.
Het programma Twiin is in haar rol van het Landelijk afsprakenstelsel verantwoordelijk voor de consistentie van het geheel en beheert de juiste versie-aanduiding en weergave in het afsprakenstelsel.
Zorgaanbieders
Door te werken aan standaardisatie in interoperabiliteit kunnen meer zorgtoepassingen met dezelfde technische oplossingen worden gefaciliteerd. Dit brengt de volgende voordelen met zich mee:
- Een eenduidige landelijke werkagenda c.q. roadmap waaraan wordt gewerkt.
- Lagere kosten voor aanschaf en beheer.
- Minder fouten, betere datakwaliteit, snellere overdrachten.
- Betere samenwerking in ketens en netwerken (cross-sectoraal).
- Meer keuzevrijheid in leveranciers en minder kans op vendor lock-in
Een zorgaanbieder voldoet aan wet- & regelgeving door het Landelijk afsprakenstelsel te volgen. Alleen afspraken die conform vigerende wet- & regelgeving zijn, worden opgenomen.
VWS geeft de volgende adviezen mee:
- Inventariseer welke systemen en processen geraakt worden door de Wegiz-/EHDS-prioriteiten en conform de landelijke afspraken moeten worden ingericht.
- Controleer of de eigen ExD-leverancier bekend is met Twiin Afsprakenstelsel en of zij gaan aansluiten.
- Bereid interne werkprocessen voor op standaardisatie op het vlak van datakwaliteit en generieke functies zoals identificatie & autorisatie, autorisatie, logging. Meer informatie hierover is te vinden via de sectorale koepels.
- Neem actief deel aan pilots, consultaties en validatietrajecten om tot interoperabiliteit te komen als hierom wordt verzocht en de capaciteit dit toelaat.
- Volg het nieuws op deze website (Data voor gezondheid - VWS) en Twiin.
Het is niet verstandig om nieuwe maatwerk-koppelingen te ontwikkelen die generieke functionaliteit voor interoperabiliteit dupliceren. Investeren in oplossingen die strijdig zijn met GIS-architectuur of toekomstige landelijke afspraken is eveneens niet verstandig.
De rol van het Landelijk afsprakenstelsel in implementatie in het zorgveld is normerend, faciliterend en toetsend, maar niet uitvoerend. Het afsprakenstelsel zorgt ervoor dat implementatie op een uniforme en voorspelbare manier kan plaatsvinden, door:
- Het beschikbaar stellen van volledige en eenduidige implementatiespecificaties: het Landelijk afsprakenstelsel stelt alle generieke afspraken, technische specificaties en voorwaarden beschikbaar die leveranciers en zorgaanbieders nodig hebben om interoperabiliteit te realiseren.
- Ondersteuning bij validatie: het Landelijk afsprakenstelsel vormt de basis voor toetsingscriteria die worden gebruikt door het Nationaal Test- en Validatiecentrum (NTV)1 . Leveranciers en zorgaanbieders worden op basis hiervan gevalideerd tegen de landelijke afspraken.
De daadwerkelijke implementatie bij zorgaanbieders (zoals uitrol van medicatieoverdracht of eOverdracht) ligt bij de landelijke programma’s, de sectoren en hun koepels, en de zorgaanbieders zelf. Het Landelijk afsprakenstelsel biedt het kader en de specificaties die nodig zijn om zulke projecten succesvol uit te voeren, maar voert de implementatie niet zelf uit.
1 In 2026 wordt nog gevalideerd via de Twiin Testomgeving.