Afgelopen week zijn de laatste Proofs of concepts (PoC’s) voor de generieke functie Adressering gepresenteerd. De beschikbaar gestelde specificaties van de verschillende PoC’s zijn technisch al goed in te bouwen en zijn succesvol uitgewerkt. Daarmee is weer een mijlpaal bereikt voor de generieke functie Adressering en gaan we een nieuwe fase in.
Wat is onderzocht in deze laatste proofs of concept?
-
PoC – eOverdracht in de praktijk
In deze PoC werden de componenten van de generieke functie Adressering in de context van de Wegiz-uitwisseling eOverdracht beproefd aan de hand van:
- een voorbeeld van het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa)
- een voorbeeld-adresboek
- en de koppeling met de TA Routering
Het doel van deze PoC is om te onderzoeken of instellingen in de medisch-specialistische zorg (MSZ) en de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) via het federatieve adresseringsmodel (mCSD) op een betrouwbare en eenduidige manier de juiste organisaties, organisatieonderdelen en technische endpoints kunnen vinden én correct kunnen routeren voor eOverdracht-uitwisselingen. Daarmee wordt getoetst of het adresserings- en routeringsmodel in de praktijk daadwerkelijk functioneert binnen een realistische zorgsituatie.
- PoC – Basisgegevensset Zorg binnen MSZ
In deze PoC werd dezelfde generieke functie Adressering toegepast binnen de medisch-specialistische zorg, specifiek voor de Basisgegevensset Zorg (BgZ).
Hier staat centraal of MSZ-instellingen via het federatieve model (mCSD) de juiste organisaties, onderdelen en einndpunten kunnen vinden en routeren voor BgZ-uitwisselingen. Zo wordt aangetoond dat de oplossing breed toepasbaar is binnen verschillende zorgprocessen.
- PoC – Centrale regie, decentrale uitvoering
Binnen de architectuur van de generieke functie Adressering speelt een centrale component een belangrijke rol: het LRZa. In dit centrale register worden adressen-URL’s opgenomen die verwijzen naar de adresboeken van instellingen. Daarbij worden maximaal vier organisatieniveaus onderscheiden:
- KVK
- Hoofdvestiging
- Nevenvestiging
- Locatie
Elke entiteit kan een eigen adressen-URL krijgen. Via deze adressen-URL’s wordt vanuit het centrale register verwezen naar decentrale adresboeken. In Nederland worden verschillende adresboeken gebruikt door de zorg.
Deze adresboeken bevatten de daadwerkelijke adresseerbare punten, zoals:
- technische eindpunten en services
- mailboxen
Voor zorgverleners en zorgorganisaties is het cruciaal dat deze gegevens betrouwbaar en actueel blijven. Deze PoC onderzoekt de samenwerking tussen de centrale component en de decentrale adresboeken. Daarmee wordt aangetoond dat adresseerbare punten beschikbaar én up-to-date blijven.
De volgende fase
De afronding van de reeks van PoC’s voor de generieke functie Adressering markeert de start van een nieuwe fase waarbij de specificaties verder worden verfijnd en de volgende stappen doorlopen:
- Interne validatie
- (Externe) consultatie van het veld
- Definitieve vaststelling en publicatie van de specificaties
- Pilots met zorgorganisaties waarbij de werking van de generieke functies in de dagelijkse praktijk beproefd wordt.
De generieke functie Adressering
De generieke functie Adressering zorgt ervoor dat zorgverleners precies weten waar zorginhoudelijke informatie kan worden opgehaald. Dat kan een logisch adres zijn, zoals een postadres of een e-mailadres.
In het kader van elektronische gegevensuitwisseling gaat het echter vooral om technische eindpunten: digitale adressen waar systemen veilig en automatisch informatie kunnen ophalen of afleveren. Niet zoeken, niet gissen, maar direct uitkomen bij de juiste bron. Hierdoor besparen zorgverleners tijd. Tijd die zij kunnen besteden aan daadwerkelijke zorg aan de patiënt.
Goede adressering vormt daarmee een essentiële schakel in veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling.
De afgeronde Proofs of Concepts laten zien dat een federatief adresseringsmodel technisch haalbaar is en aansluit bij de praktijk van zorginstellingen.
Dat vormt een stevige stap richting:
- betere databeschikbaarheid
- minder administratieve complexiteit
- betrouwbare digitale samenwerking
- en uiteindelijk betere zorg voor de patiënt